Maasschrijversode

Uit alle 60 genomineerde gedichten koos dichter Stijn Moekaars enkele regels en daar maakte hij de volgende poetry slam tekst van. Die bracht hij vol enthousiasme op het slotevenement van de poëziewedstrijd.

Ode aan de Maasschrijvers

Het gaat om jullie, de Maasschrijvers,
de durvers, de blijvers,
en om haar, moeder Maas
Het weten van poëten
dat de Maas meer is,
niet zomaar een blauwe lijn.

Dit moet ze zijn, van zuid naar noord,
maar nu in taal gewikkeld,
in woord na woord,
schriften vol,
boekenplanken gevuld met jullie engelengeduld
op de tafel een papiertje neergelegd.

Dit is er gezegd:
Ik ben een Maaslander,
we hebben haar gemeen
en met mijn breedste glimlach weet ik:
‘Ik denk dat ik de Maas wel mag.’

Gedonder, net geen kopje-onder
maar drupt.. drupt.. drupt..
tot in de Noordzee.
Met haar akkerland, waterkant,
‘Ein bron van laeve en plezeer,
Veur minsj en deer’
hoog, laag, snel, traag, breed, smal
Maar vooral… GIGANT!

Zoals jij snijdt en ploegt door het land
en ik ademloos jouw kracht aanschouw,
wil ik soms zijn zoals zij:
Op reis in het Frans en vind dan
links en rechts Limburg t’rug
vlug over de grens,
onder aan een Hollandse heuvelrug.
Dan vraagt zij aan een mens aan zee:
‘Drijf jij in vrijheid met mij mee?’

Dit is vreemd, haast niet waar,
Ik voel net als haar:
Ik meander, verander, verover,
loop een stukje met haar mee.
Haar geest vaart naar vroeger.

Dit herinner ik me nog: Ik droeg er
woorden in mijn hand,
jouw naam schreef ik in het zand.

Hier is vredige eb nodig,
geen moordende vloed,
die een rivier vol woede rusten doet.
Het moet, want krachtig sterk
stroomt dit kunstwerk
met de duizenden kiezelsteentjes in mijn hand.
Mijn vlakke land, mijn Maasland.

Tijd slijpt tot zacht, tot vervagen,
tot wonderschoon dit spiegelbeeld
in mijn gedachten op en neer deint,
na laag, na laag, na lagen.

Omarm mij, moeder Maas,
Moet ik het nog eens vragen?
Met jouw kalmte en tijd,
in de hoge groene grassen,
het onwetend grazen,
en omgekeerd liggen jij en ik
op de bodem.

Omarm mij dan, moeder Maas
met het zilveren lint dat verbindt,
wij, verband, verbonden
groene rand, geschonden,
geheeld, verdeeld.
Wij, uw woeste, noeste, kinderen,
als bulderend wild en onvoorspelbaar,
gij, de scheider en verbinder tegelijkertijd
boven ons grijs en grauw,
dan helder, kabbelende blauw
verder stromen doet.

Gij moet verder. Gij moet!
Langs steden en dorpen met organische kronkels
en uw krinkelende winkelende waterding
op het blauw en zo koud,
van zoet naar zo zout, daar dansen doet.

Van gij naar jij, breed over de grens,
ontmoet jij een ander, een nieuw mens.

Vannacht laat jij de tijd moeiteloos stilstaan.
De kus onder de brug waar niemand ons ziet
omhelst de wilde paarden die hier grazen.
Laat mij maar hier,
ik ben jouw deel in het dagboek van een vis
en morgen,
morgen kom ik terug.

‘Papa, kom kijken!
Moeder Maas draagt mijn fles met mijn brief:
Liefste lief,
dit water baant haar weg door harde stenen
en zachte gronden.
Ik ben vrij, aan jou zo veel gebonden.
Such beauty could only be a tale.’

Zo danst zij in haar dialect
haar honderd tinten blauw.

Bijna word ik herboren,
liggend in haar bedding.
Ik zing in haar blauwe concert
de uitgesproken woorden in de grote leegte.
Dit is gewichtloosheid,
dat zoekt naar leven in dit eeuwenlange spoor.
Meanderen, veranderen, kronkelt ze door.
Het water voor later staat hoog.

Hou me vast, Moeder Maas
geef me de plek, om het droog uit te schreeuwen,
om te zwijgen, om te dromen,
te dobberen, te deinen, aan wal te komen,
met het krijsen van meeuwen,
onder getrappel van die wilde paarden.

Jij kust de nieuwe, dampende aarde
in het warme, in het koude,
In het jonge, de overgang, het oude.

Kom en zie, de Maas heeft schizofrenie:

ze neemt en geeft
ze brult en rust
ze vlakt, ze beeft
ze jaagt en sust

ze zoet, ze zout
geduld, gedoe
is jong, is oud
fuck you, me too

ze spuugt en kust
is warm en koud
ze vloekt, berust
ze feest, ze rouwt

ze drinkt, ze dreigt
te nat, te droog
ze klinkt, ze zwijgt
te laag, te hoog

ze gooit, ze krijgt
ze zinkt, ze zweeft
te snel, te fel
te dein, te traag

Mijn mooiste wreedste moeder Maas,

Ik zie u graag!

Stijn Moekaars
mei 2023