Gedicht indienen

De leerling maakt het originele gedicht en typt het in MS-Word en converteert het als PDF-bestand.
De leerling slaat het gedicht op met in de bestandsnaam zijn/haar schuilnaam. Als het gedicht het resultaat is van samenwerking tussen verschillende leerlingen, wordt een schuilnaam gekozen voor de groep.

De bestandsnaam wordt op de volgende manier samengesteld:

  • afkorting schoolnaam in 3 hoofdletters | laag streepje | schuilnaam | laag streepje | leeftijd.pdf
  • bv. IMK_schuilnaam_14.pdf

In het pdf-document zelf staan geen verwijzingen naar eigen naam of identiteit. Documenten waar dit wel in staat komen niet in aanmerking.
De leerling bezorgt het gedicht aan zijn/haar leraar, bv. via het digitale schoolplatform.
De leraar maakt een lijst met de volgende gegevens van de leerlingen die gedichten indienen.

 NAAM  VOORNAAM J|M  E-MAILADRES  KLAS  SCHUILNAAM

De leraar kan de gegevens van een klas opvragen bij de administratie van de school. Meestal is dat een Excel-bestand. Daaraan kan de leraar de kolom SCHUILNAAM toevoegen. De schuilnaam wordt meegedeeld door de leerlingen. Alleen de leraar is op de hoogte van de naam die gekoppeld is aan de schuilnaam.
De leraar bezorgt de gedichten van 1 klas per e-mail naar het volgende adres, poezieprojectdemaas@gmail.com

Bij één e-mailbericht worden de gedichten van 1 klas toegevoegd. Het bericht zelf bevat de volgende gegevens:

  • naam en adres van de school
  • klas
  • contactgegevens leraar: voornaam, naam, e-mailadres
  • aantal bijlagen

Als de leraar met meerdere klassen deelneemt, stuurt hij/zij voor elke klas een aparte e-mail met bijlagen.